Een merkwaardige brief: integriteit van de ambtenaar is geen publieke zaak.

Als je in een restaurant door een bediende slecht wordt behandeld, dan geef je geen fooi. Als het te erg wordt, dan dien je een klacht in bij de manager. Als klagen niet helpt, kom je er gewoon niet meer. Je gaat de volgende keer naar een ander restaurant met betere bediening.

Als het gaat om een publieke dienst en de bediende is een ambtenaar, dan heb je minder keuze. Ook daar kun je natuurlijk klagen bij de baas, maar als die een nog ergere hork blijkt dan de bediende zelf, dan kun je als burger niet zo veel meer… Je kan nog overwegen verhuizen naar een andere gemeente in de hoop het daar beter te treffen.

Vanwege de grote afhankelijkheid van burgers van hun overheden, is het van ultiem belang dat gemeenteambtenaren zich aan regels en gedragscodes houden, dat ze bijvoorbeeld onpartijdig, zorgvuldig en dienstbaar zijn. En in het onverhoopte geval dat het toch misgaat, dan is het van een nog groter belang dat zijn leidinggevende of uiteindelijk de verantwoordelijke wethouder hier tegen optreedt. Met andere woorden; de integriteitseisen aan bestuurders als wethouders, gemeentesecretarissen en burgemeesters zijn extreem hoog!

Integriteit van ambtenaren behoort tot de fundamenten van de rechtsstaat. De samenleving moet erop kunnen vertrouwen dat ambtenaren hun positie niet misbruiken.

Het college van B&W van gemeente Haarlem denkt daar blijkens een brief van de burgemeester Schneiders en Gemeente Secretaris Scholten wat anders over. Met een valse voorstelling van een aantal zaken wordt de Haarlemse gemeenteraad voorgeschoteld: integriteitskwesties moeten vooral onder de pet blijven.

Wat als eerste opmerkelijk is aan de brief, zijn de drie zaken die als voorbeeld worden genoemd; Land in Zicht, de kwestie Peltenburg en de Tuin van Jonker. De brief stelt dat er in enkele gevallen medewerkers met naam en toenaam in de openbaarheid zijn gekomen en dat  zelfs soms met daaraan gekoppeld niet onderbouwde beschuldigingen. Het college van B&W maakt zich zorgen over deze tendens.

Maar welke tendens is dat dan? Dat namen van ambtenaren naar buiten komen die onterecht worden beschuldigd? Dat zou inderdaad vervelend zijn… Daar moet het college natuurlijk tegen optreden. Laat zien dat er niets aan de hand is. Zuiver de naam met objectief onderzoek. Wat let je? Maar nee, de brief insinueert meer: bemoei je er niet mee!

Laten we de zaken die zijn genoemd er  eens bij pakken om deze tendens wat nadere te analyseren. Het valt dan op dat – zie ook de uitgebreide toelichting onder dit bericht -:

  1. Er geen namen worden genoemd en zelden een toenaam;
  2. Het de keuze van het college zelf is om de namen naar buiten te brengen dan wel weg te laten;
  3. Er al helemaal geen sprake is van niet onderbouwde beschuldigingen; het gaat in alle gevallen om zeer goed –met documenten en geluidsopnames- onderbouwde observaties;
  4. En dat burger juist het probleem naar voren brengt omdat het eerder geen weerklank vond bij noch bij de ambtenarij, noch bij het college van B&W.

De voorbeelden sluiten dus niet aan bij de tendens die wordt genoemd. Dat is merkwaardig. Zijn er dan misschien andere voorbeelden waaruit de tendens wel blijkt?

Je kan vervolgens afvragen waarom het college zich zo druk maakt over de naam en toenaam van een ambtenaar.  De naam zou volstrekt oninteressant moeten zijn indien de ambtenaar zich gedraagt conform de geldende basisnormen integriteit. Onpartijdig, dienstbaar, zorgvuldig; het maakt voor de burger niet uit met welke ambtenaar hij schakelt en vice versa.  Als er dan al niet onderbouwde beschuldigingen worden geuit, dan kan de wethouder zijn verantwoordelijkheid nemen en deze tamelijk simpel met de resultaten van een nader onderzoek pareren.

De brief gaat verder: In ons bestuurlijk bestel is het College verantwoordelijk voor de ambtelijke organisatie. Het is dan ook het College dat aangesproken dient te worden op eventuele fouten of misdragingen van welke aard dan ook van individuele medewerkers aangezien deze zich niet in het openbaar kunnen verdedigen. Uiteraard zal het College indien daartoe aanleiding is nader onderzoek instellen en zo nodig passende maatregelen nemen

Dat is uiteraard precies het punt van de bezorgde, brief-schrijvende burgers van de voorbeelden die waren aangehaald. In de onderliggende zaken zijn integriteitsschendingen geconstateerd.  Het college van B&W werd daar dus op aangesproken. Er kwam geen nader onderzoek en werden geen maatregelen genomen. Omdat het vervolgens aan antwoorden en maatregelen ontbrak, wordt de raad ingeseind. Toen pas ging het college van B&W schoorvoetend in slechts één van de drie voorbeelden over tot een beetje onderzoek en wat maatregelen.

Dus de raad wordt niet ingeseind om individuele ambtenaren te bediscussiëren, maar juist om het college van B&W ter verantwoording te roepen; zo is de rolverdeling!

Dat ambtenaren zich niet in het openbaar zouden kunnen verdedigen, is een vreemde opmerking. Dat hoeven ze namelijk ook niet, want ze vallen onder de verantwoordelijkheid van de wethouder.  Deze wethouder staat in voor een integere ambtenaar al dan niet bewerkstelligd met sanctionering.

De brief besluit, alvorens in te gaan op actualisatie van het integriteitsbeleid: De ontwikkeling waarbij medewerkers in de politieke arena worden beschuldigd acht het College geen goede ontwikkeling.

Voor de genoemde ontwikkeling is dus in de stukken geen aanleiding gevonden. Wel is er sprake van een ontwikkeling waarin burgers zich niet door de ambtenarij laten afschepen en het college van B&W op haar verantwoordelijkheid aanspreekt om op te treden tegen misstanden. Ook lijkt er sprake van een ontwikkeling waarbij  wethouders niets doen aan misstanden en denken weg te kunnen komen met een leugentje of een valse voorstelling van zaken.  Welke ontwikkeling is echter en welke is zorgelijker? De illusionaire ontwikkeling dat het functioneren van ambtenaren publiekelijk wordt besproken, of de geconstateerde ontwikkeling dat het college van B&W integriteit aan de laars lapt en met merkwaardige brieven de raad haar controlerende functie probeert te ontzeggen?

 

Nadere toelichting:

Zaak 1: Hof van Pelteburg

Inzake het selectief heffen van precario, zijn er door de heer Mooijekind opmerkingen gemaakt over twee ambtenaren. Het betrof een oud medewerker van de gemeente Haarlem die ondanks 23 jaar ervaring een bouwbedrijf hielp aan een goedkope vergunning om een straat af te sluiten waarbij hij eigenlijk de duurdere vergunning had moeten slijten voor een bouwplaats.

De stukken zijn openbaar gemaakt door de gemeente en iedereen kan het nalezen.

Volgens de gemeente is er geen sprake van integriteitsovertredingen.  Er was verwarring tussen twee procedures, miscommunicatie tussen verschillende afdelingen er zou puur sprake zijn van incompetentie bij ambtelijke beslissingen.

Verder wees de heer Mooijekind erop dat de woordvoerster van de gemeente een zus was van een van de betrokken projectleiders van het bouwbedrijf.

Een terecht punt. Zie ook de geldende nota integriteit gemeente Haarlem. De vraag was die hier gesteld had moeten worden, was; had betreffende ambtenaar dit gemeld? En wat waren de afwegingen alhier geweest om haar in deze zaak als woordvoerster te handhaven?

In de nota integriteit van de gemeente Haarlem wordt er over geschreven. Onafhankelijkheid: “Ambtenaren van de gemeente Haarlem vermijden situaties waarin hun persoonlijke belangen of belangen van relaties, waarmee zij in contact staan enerzijds en de belangen van de gemeente anderzijds door elkaar lopen of kunnen gaan lopen. Voor zover het in hun vermogen ligt vermijden zij zelfs de schijn van een dergelijke belangenverstrengeling”.

Bij naam heeft de heer Mooijekind niemand genoemd. Zie ook het verslag van de commissievergadering. Slechts bij toenaam zouden ingewijden deze kunnen concluderen.  Van het noemen van namen en het uiten van niet onderbouwde beschuldigingen is in deze zaak geen sprake. En volgens verantwoordelijk wethouder is er niet eens sprake van integriteitsschendingen maar puur van incompetentie van de ambtenaren. Dat laatste is wel merkwaardig om te zeggen over een ambtenaar die 23 jaar in dienst was en eervol is ontslagen.

Zaak 2: Land In Zicht

Bij Land In Zicht was uiteindelijk gebleken dat twee ambtenaren bereid waren te liegen en was er tenminste de naam van één naar buiten gekomen via het Haarlems Dagblad. De hoofdbeschuldiging betrof overigens dat wethouder Cassee loog. En ging ook niet zozeer om het liegen als wel het valselijk informeren van de raad. Maar dat lijkt de lokale pers totaal te zijn ontgaan. Hier kunt u nalezen wat de heer Ton F. van Dijk er over heeft geschreven.

Je kunt je natuurlijk afvragen of je de bereidheid een onwaarheid te vertellen, kan aanmerken als een integriteitsschending.  Het voor Haarlem geldende beleid zegt hier wel wat meer over.

“Naast de wettelijke kaders en reglementen die duidelijk zijn is er een grijs gebied waarin niet meteen duidelijk is wat acceptabel is of niet. … Centraal in de visie staat dat de handelswijze probleemloos in de openbaarheid kan komen en dat men zelfs de schijn van “foul play” weet te vermijden.

En daarnaast wordt van de ambtenaar verwacht dat deze zorgvuldig is. Zorgvuldigheid: “… Dit vereist ook zorgvuldigheid naar mensen toe, burgers en collega’s, die elk mogen verwachten dat de betreffende ambtenaar respect voor hen heeft en geloofwaardig en onafhankelijk is “..

Hoe dank ook, de naam van de ambtenaar die in de pers verscheen, betrof waarschijnlijk de bestuursassistente van voormalig wethouder Cassee die hierbij een beetje vervelend in het nieuws kwam met een opschepperig lijkende sneer over haar “watervilla” van 8 ton. Noch de betrokken burger, noch de raad heeft hier een naam naar buiten gebracht. De geluidsopname waar het over ging is door de heer Cassee zelf vrijgegeven in een poging zich te verweren.

Van niet onderbouwde beschuldigingen is ook geen sprake. De geluidsopnamen maken het duidelijk genoeg. Van een integriteitsschending (de bereidheid te liegen) lijkt wel sprake, al kan men –en dat was de bedoeling van de vrijgave van de tape- over de aard en ernst van deze schending van mening verschillen.

 Zaak 3. Tuin van Jonker

In zake de tuin van Jonker zijn diverse beschuldigingen van de heer K. Straesser naar buitengekomen richting de wethouder Cassee en de ambtelijke organisatie.  Dit door een brief aan het college van B&W ter informatie aan de raad is gestuurd. De gemeente heeft er zelf voor gekozen om de bijlage waarin namen genoemd worden, niet bij aan de stukken toe te voegen. Situationeel zou in de brief de toenaam van een enkeling herkend kunnen worden, maar ook hier zijn dus geen namen van ambtenaren naar buiten gekomen.

Er zat een chronologische toelichting bij en een 5 bladzijde tellend cross-reference sheet opdat alle genoemde feiten verifieerbaar zijn. U leest er meer over alhier.  De heer Straesser is misschien wat fel in de beschuldigingen, maar met een vuistdik dossier en een bijna wetenschappelijke ijver is niemand vals beschuldigd. Dat de beschuldigingen niet onderbouwd zouden zijn, is volstrekte larie.

Onder het dossier Tuin van Jonker op deze site zijn al een aantal documenten geplaatst op basis waarvan u zelf uw mening kan vormen. De vreemde voorvallen in deze zaak roepen om nader onderzoek. Hoe kan men van een stuk grond afspreken dat het verjaard is, terwijl dat niet zo is en men dat ook makkelijk kunnen navragen of inzien? En waarom werd er niet tegen op getreden? En waarom is het uiteindelijk opgelost met weggeven van gratis grond en rechten aan andere omwonenden?  En waarom werden informatie en stukken achtergehouden bij WOB-verzoeken? Waarom werd er over gelogen?

Het college van B&W weigert, ofschoon zij de beschuldigingen zelf ook ernstig noemt en er een overvloed aan bewijslast ligt, categorisch de zaak te onderzoeken.  Men kan zich afvragen of de het college er verstandig aandoet. Als het College van B&W ondanks alle aangedragen bewijslast, in de onschuld van haar ambtenaren blijft geloven, waarom beschermt ze haar ambtenaren dan niet met een onafhankelijk onderzoek om ze van alle blaam te zuiveren? En hoe kan een burger zich verdedigen tegen misdragingen van ambtenaren als die op deze wijze door het college van B&W worden gelegitimeerd?

 

Geef een reactie