9. De bedenkelijke rol van de nationale ombudsman

Geplaatst op door

Zou de nationale ombudsman dan nog wat kunnen betekenen? Je zou denken dat de Nationale Ombudsman als onafhankelijk instituut de omwonenden hier wel zou kunnen helpen door de gemeente Haarlem op een aantal onbehoorlijkheden te wijzen. Maar nee, de Nationale Ombudsman weigert een onderzoek in te stellen naar wat hier gebeurd is. En erger nog, deze reactie van de ombudsman sterkt de gemeente in haar handelswijze de gemaakte “fouten” zelf ook niet te onderzoeken.

De mening van de gemeente dat gewoon een fout is gemaakt en deze naar eer en geweten is hersteld, wordt blindelings gedeeld door een medewerker van de Nationale Ombudsman, Ruud Miedema, die zonder zich al te veel te bekommeren over de afgesproken onderzoeksvragen de verklaring van de gemeente voor waar aanneemt. Een verklaring waar nogal wat op aan te merken valt,  onder andere gezien de valse voorstelling van zaken over de gemaakte fout; denk bijvoorbeeld aan de verhuizing van het archief met luchtfoto’s. Daarnaast spint de gemeente de zaak door een deel van de verjaringszaak onnodig als twijfelachtig bestempeld (terwijl dhr. Miedema op door omwoners aangereikte stukken had kunnen weten dat de gemeente beschikte over onomstotelijke bewijslast; niet nodig om vraagtekens te plaatsen of open te laten).

De heer Ruud Miedema leek de zaak niet zo goed te begrijpen. Hij kwam na een maand of drie waarin zijn vakantieperiode viel, zonder wederhoor toe te passen, zonder omwonenden te bevragen naar de procedurele en inhoudelijk kant van de zaak , en zonder enige blijk te geven kennis te hebben genomen van de beschikbare WOB-stukken en bewijsmateriaal, met zijn reactie. Een van de omwonenden heeft hem in de periode van het onderzoek regelmatig gevraagd wanneer ze de dossiers en de bewijsstukken met hem konden delen; nooit is de heer Miedema hier op ingegaan. Opmerkelijk onzorgvuldig. Wat de heer Miedema bezielde? Een wat kleinere, doch complexe zaak die hij in de vakantieperiode moest onderzoeken? Het lijkt erop dat hij in tijdnood kwam en de makkelijke weg heeft gekozen door tegen het verstrijken van de onderzoekstermijn gewoon maar wat naïef, blind te vertrouwen op het gesimplificeerde en deels valse verhaal van de ambtenaren van de gemeente Haarlem. Lekker belangrijk, geen zin om stukken te lezen, grote halen snel klaar. Op navragen hoe het zover heeft kunnen komen, is nooit door dhr. M. gereageerd.

De heer Ruud Miedema heeft zich sowieso niet aan de afgesproken onderzoeksvragen gehouden. Deze waren:
1. De aard en aanzien van het meewerken aan de verjaring bij de gemeente.
2. De handelswijze/communicatie van de gemeente richting omwonenden.
De eerste vraag onderzocht hij niet; hij accepteerde klakkeloos de verklaring van de gemeente dat het gewoon een foutje zou zijn geweest. De tweede vraag onderzocht hij ook niet, maar sloot deze kort: dat een wethouder zich met deze zaak heft bemoeit, zou ervan getuigen dat de gemeente de kwestie afdoende serieus heeft opgevat. Welke kwestie het dan om ging; misschien het afdekken van de waarheid dat een van zijn ambtenaren hier willens en wetens een frauduleuze constructie heeft opgezet? Of tenminste hoe het zover heeft moeten komen dat een wethouder hier omwonenden voor heeft gelogen? Dit terwijl het in wezen een tamelijk simpele zaak betreft die een jaar eerder voorkomen had kunnen worden indien de gemeente de meldingen van omwonenden serieus had genomen en opgevolgd? Hij verzuimde kennis te nemen van de feiten; de geschonden afspraken, leugens, valse verklaringen en overtredingen op de WOB. Verder is hij van mening dat de oplossing met het gratis weggeven van grond en rechten aan omwonenden en het belonen van oplichters zijn toets van de behoorlijkheid kan doorstaan. Niet dat dit een van de onderzoeksvragen betrof, maar hij vindt kennelijk dat de gemeente met deze gulheid haar “fout” voldoende had gerepareerd.

Een herzieningsverzoek om in tweede instantie een collega tenminste een feitelijk correct beeld te laten schetsen en wat gemotiveerder oordeel te vormen over de twee onderzoeksvragen, werd na wat gedoe toegewezen. Het was voor omwonenden overduidelijk dat als een intelligent persoon hier enige serieuze studie op zou verrichten, dit toch tot tenminste een ander beeld en derhalve ook tot een ander oordeel zou moeten leiden. Daarbij was ook de verwachting dat de nationale ombudsman iets zou zeggen over het feit dat de gemeente Haarlem een valse voorstelling van zaken heeft gegeven over deze kwestie en dat ze weigert inhoudelijk in te gaan op de ingediende integriteitsklachten.

Niets van dat alles, ombudsman medewerker dhr. Jan Prins, kwam in ieder geval tot dezelfde conclusies. Over de motivatie valt weinig te zeggen omdat de heer Jan Prins een goeddeels onbegrijpelijk en onsamenhangend plakwerk als reactie gaf. Een zeer warrige brief met ongeveer 50(!) feitelijk en logische onjuistheden. Dit ondanks kennisname van het verhaal en toegang tot een groot deel van het volledige dossier. Een deel van de verwarring zou kunnen zijn ontstaan doordat het dossier zeer omvangrijk is en voor de revisie er voor gekozen is om enkele voorbeelden te gebruiken die de heer Prins klaarblijkelijk niet in het hele verhaal heeft weten te plaatsen en in juiste relatie heeft weten te brengen met zijn onderzoeksvragen. Toch was het netjes geweest als hij de afspraak was teruggekomen bij onduidelijkheden contact op te nemen. Een brief schrijven met zoveel overduidelijke feitelijke onjuistheden en verhaspelingen, neigt naar kwade wil; zoals bijvoorbeeld de kwestie van luchtfoto’s te betrekken bij het voorbeeld van de handelswijze van de gemeente inzake het advies van de stadsadvocaat. De beschikbaarheid van luchtfoto’s hadden overduidelijk bij de onderzoeksvraag betrokken moeten worden naar de aard en aanzien van het afgeven van de verklaring geen bezwaar. Die was niet zo moeilijk. Heeft de heer Prins er opzettelijk een potje van gemaakt of ging de zaak ook zijn verstandelijke vermogens te boven? Uit de reactie spreekt in ieder geval dat hij er geen zin in had en er snel vanaf wilde zijn. En bij navraag treft  hij geen enkele blaam; het is niet zijn reactie; maar die van de Nationale Ombudsman.

Uit opgevraagde communicatie blijkt in ieder geval dat hij het allemaal slecht begreep en in hoge mate vooringenomen was en geen probleem had dit te delen met de gemeente (de alhier verzakende klachtencoördinator Mary Duindam die er ook nier voor schroomde de heer Prins nog eens extra van valse informatie te voorzien aangaande het NH-archief):
maaktnietuit

Omwonenden hebben op basis van de reacties van de onderzoekers geaccepteerd dat de Nationale Ombudsman klaarblijkelijk -om onbegrijpelijke maar zijn moverende redenen- de onbehoorlijkheden en vraagtekens in deze zaak niet wil onderzoeken. Hierbij stellen zij zich wel op het volgende standpunt: de reactie van de heer Prins kan niet blijven liggen gezien de bizarre onjuistheden erin de feitelijke gebeurtenissen ontkennen. Correctie van de fouten, de facto de erkenning wat er is gebeurd -met alle respect voor afwijkende mening en de beoordeling die de nationale ombudsman er over mag hebben inzake toelaatbaarheid of behoorlijkheid- is het doel van de klacht die is ingediend.

De teamleider van beide onderzoekers, mw. Elleke Meijer,  weigert echter categorisch hierover te spreken door een procedureel trucje; zonder de aard en toedracht van de klachten tot zich te nemen, brandmerkt de klachten als “herzieningsverzoek” en daar hoeft ze niet meer op te reageren. Zie ook hoofdstuk 3.11 van het jaarverslag van de nationale ombudsman:

Een blijk van ongenoegen over een onderzoekbeslissing wordt niet als klacht, maar als herzieningsverzoek aangemerkt. Ook bij verzoeken om herziening wordt bezien welke rol de (medewerker van de) ombudsman speelde bij het ontstaan van de onvrede van betrokkene. In 2014 zijn 128 herzieningsverzoeken behandeld. Van alle verzoeken om herziening zijn 14 geheel of deels toegewezen…

De nationale ombudsman kapittelt graag derden over klachtrecht, maar treedt eigen procedures met de voeten. De vraag dringt zich op hoe onafhankelijk de nationale ombudsman werkelijk is; in ieder geval is er geen enkel wettelijke mogelijkheid om ze tot enige zelfreflectie te bewegen en fouten te laten corrigeren. Het bevestigt helaas weer eens: de overheid is er in eerste plaats voor de overheid. De Nationale Ombudsman is een hoge mate een contact gestoord orgaan die zich totaal afsluit van de buitenwereld als zij op eigen fouten en nalatigheden wordt gewezen.

 

Geef een reactie