Artikel 38 raadsels Ripperdastraat 13a

Op de agenda van commissie ontwikkeling, op woensdag 5 maart 2015, staan artikel 38 vragen over de  vergunningsverlening voor de aanleg van een hotel midden in een rustige woonbuurt. De SP en de VVD hebben zes vragen gesteld die doen vermoeden dat er iets raars aan de hand is. De omgevingsvergunning is namelijk niet voorzien van een advies van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) maar slechts van een ambtelijk advies (dat gek genoeg wel spreekt van een advies van de ARK dat er dus niet blijkt te zijn). Dat wekt verbazing; de bouwkundige aanpassingen waren misschien dan wel niet zo heel spannend, maar er is toch sprake van een ingrijpende wijziging van de bestemming. Een pand met grotendeels kantoorfunctie met een kleinschalig restaurant in horecaklasse 2  gaat naar een hotel met 21 kamers in horecaklasse 4. Geldt daar in Haarlem niet voor dat de beoordeling van zoiets gepaard moet gaan met een goed advies van de ARK?

Hoe het ook zij; de vragen van de SP en VVD aan het college zijn kort samengevat als volgt:

  1. Je mag toch niet verwijzen naar adviezen die niet zijn gegeven? Eens of niet?
  2. Bij een aanvraag die de uitgebreide procedure doorloopt is er toch geen sprake van een reguliere aanvraag (die afkan met ambtelijk advies)?
  3. Ripperdapark is toch een gevoelig dossier, dit ook gezien het grote aantal bezwaren van omwonenden? En heeft een groot maatschappelijk belang, toch?
  4. Had je de ARK niet om advies moeten vragen vanwege deze afspraken?
  5. Moest niet om een ARK advies worden gevraagd omdat het een gemeentelijk monument betreft?
  6. En waarom mogen belanghebbenden eigenlijk het ambtelijk advies niet zien?

De ambtenaar antwoord namens het college van B&W met een uitgebreide brief. Op het eerste oog heel uitvoerig en netjes, maar bij nadere analyse toch erg vreemd:

  1. Geen antwoord. Maar het was een eenvoudige aanvraag, echt.
  2. Ja, eens, dat dit geen reguliere aanvraag was. Maar dan nog geen advies, was het was niet groot en complex, hoor!
  3. Nee, het was niet gevoelig, want een groot aantal bezwaren betekent nog niet dat het bouwkundig hoge impact heeft. (Het staat er echt). En nee, het heeft geen groot maatschappelijk belang, want het is zo belangrijk voor Haarlem wegens toerisme, economie en leerplekken. (Het staat er wederom echt).
  4. Nee, een verandering van functie heeft geen welstandseffecten.(Ja, nogmaals, het staat er echt).
  5. Nee, niet als het bouwkundig weinig impact heeft. (Misschien het enige logisch correcte en duidelijke antwoord in de brief).
  6. Dat is moeilijk; het zit in de computer en daar mag een buitenstaander niet zomaar in. Maar kom maar eens over een schouder meekijken. (Serieus?)

Vraag één wordt domweg niet beantwoord. Een excuus of een toelichting voor de valse verwijzing naar een niet bestaand advies was toch wel het minste teken van fatsoen geweest?

Dan de volgende vragen; wat klopt er niet? Het is een eenvoudige aanvraag, niet groot en complex (ofschoon het qua vierkante meters volgens de eerder genoemde afspraken wel als groot aangemerkt dient te worden) en het gaat dan toch door de uitgebreide procedure? Het kronkelige antwoord vraagt om een herdefinitie van Van Dale van de eenvoudig, complex, regulier en uitgebreid. Of zullen we gewoon afspreken dat “niet regulier” en dus een “uitgebreide procedure” betekent dat daar een advies van een ter zake doende commissie bij hoort? Dat leek toch ook de bedoeling van de eerdere afspraken hierover:  Nu de Nota Ruimtelijke Kwaliteit is vastgesteld ligt het voor de hand de welstandstoets – die wel wettelijk verplicht blijft – per 1 maart 2013 voor reguliere aanvragen op ambtelijk niveau te laten plaatsvinden.

Ok, er staat niet expliciet dat de toetsingen van niet reguliere aanvragen niet op ambtelijk niveau zullen plaatsvinden. Misschien is het dan toch handig dit nog duidelijker op te nemen in de gemeentelijke bepalingen en gelijk en update te doen: noem het dan ook OMGEVINGS-toets  in plaats van welstandstoets, om alle onderstaande misverstanden te vermijden. Maar goed, juridisch gezien geldt er – zie de Wabo– geen adviesplicht meer  -wel een toetsingplicht en een adviesrecht- voor aanvragen die de uitgebreide procedure doorlopen.

Let hierbij op: de nieuwe omgevingswet gaat natuurlijk om heel wat meer dan architectuuraspecten en de impact op het stadsgezicht van de aanpassingen een geveltje. Dat was juist de kern van de wetsaanpassingen en het opheffen van de oude welstandcommissie; een omgevingsvergunning maakt het makkelijker en vervangt onder andere de gebruiksvergunning, de aanlegvergunning, exploitatieplan, etc. Een functieverandering van een groot gebouw kan een daarvoor ingestelde adviescommissie toch niet zomaar onbehandeld laten omdat de gevel niet verandert? Het college van B&W denkt kennelijk van wel. De kern haar beantwoording luidt: een advies van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit is niet nodig omdat de bouwtechnische impact beperkt is! Dit zegt ze kennelijk in de foute veronderstelling dat de ARK gewoon de vroegere schoonheids- of welstandscommissie in een nieuw jasje is. Dit misverstand verklaart dan gelijk ook een aantal andere gevallen waarbij de gemeente het een prima idee vindt om in drukke straten in woonbuurten grote schoolgebouwen of megajudoclubs te plempen. De gemeente Haarlem kijkt bij de beoordeling simpelweg of de bouwplannen in het straatbeeld passen, niet minder maar ook niet meer. Een nachtclub maken van een lunchroom? Het kan in Haarlem misschien zelfs wel met een reguliere aanvraag.

Lees ook wat er op de Wikipediapagina bij welstandcommissie staat over de ARK: Steeds vaker vragen gemeenten hun welstandscommissies om advies over kwesties die verder gaan dan de architectuur. Advies over monumenten bijvoorbeeld, of over reclame-vergunningen. Ook wordt de deskundigheid van de welstandscommissie gebruikt voor overleg over nieuwe stedenbouwkundige plannen, bestemmingsplannen of de inpassing van (spoor)wegen in het landschap. Dergelijke commissies met een bredere taak worden vaak ‘Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit’ genoemd.

Hoe dan ook, als we zo vasthouden aan verouderde regeltjes en beelden, dan gaat het dus niet meer om redelijkheid, maar moeten we op basis van argumentatie en gestelde regels in verouderde beleidsstukken op zoek naar voorwaarden om al dan niet aan te tonen dat hier een advies van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit opportuun was. Is dat echt nodig? Nee, natuurlijk niet, maar omdat er zulke rare dingen staan, vooruit dan maar.

Politiek gevoelig of grote maatschappelijke impact? Uit de aangehaalde argumentering dat het geen grote maatschappelijke impact heeft noch politiek gevoelig is, blijkt simpelweg het tegendeel. Maar de ambtenaar houdt weer vast aan de oude welstandsbepalingen; veel zienswijzen betekent nog niet een hoge impact op het straatbeeld. Ja, dat klopt op zich wel en lijkt dus logisch, maar dat is geen antwoord op de vraag. Zoiets dus: Is roken slecht voor je gezondheid? Het antwoord: nee, het roken van veel sigaretten betekent nog niet een hoge impact op je motoriek. De vraag is misschien retorisch; als iets veel ophef veroorzaakt onder burgers, betekent dat dan politieke gevoeligheid? Natuurlijk mag het college van B&W de vraag met “nee” beantwoorden; dat zou ook weer een hoop verklaren in andere zaken.
En geen grote maatschappelijke impact? De genoemde opsomming geeft wel degelijk zaken weer van behoorlijk maatschappelijke belang; weliswaar impact die kennelijjk door het college van B&W is gewenst.  Maar wat is groot? Deze discussie over subjectieve termen hoeft trouwens al helemaal niet plaats te vinden; qua vierkante meters gezien komt de Ripperdastraat 13a (1333m2) in aanmerking voor een advies; het voldoet aan de definitie groot project.

Voor grote projecten wordt in principe de volgende definitie gehanteerd. Indien een plan meer dan één woning of meer dan 1000 m2 betreft wordt advies van de ARK gevraagd; deze twee maten zijn gekoppeld aan de Wet ruimtelijke ordening.

Ten laatste is het natuurlijk eerder triest dan lachwekkend dat een ambtenaar 2.0 van onze top-10 digitale gemeente geen screenprintje kan maken van een ambtelijk advies.

En zo zijn vijf van de zes artikel 38 vragen niet of niet goed beantwoord.  Valt dat op? De raadsleden hebben vast wel wat beters te doen dan wollige tekst en rare gedachtekronkels te ontcijferen? En hoe het nu echt zit en hoe het nu wel had gemoeten, interesseert alleen een enkele teleurgestelde burger. Vooruit met dat hotel.  Want zoveel is wel duidelijk; dat hotel moet er per se komen. Of dat nu allemaal echt nodig is en wat Haarlem er mee op schiet, wie maalt erom? En alles liever snel en makkelijk dan netjes en zorgvuldig. En wat een paar zeurende omwonenden er van vinden, daar zit toch niemand mee?

Het besluit om er een hotel neer te zetten, is de facto al lang geleden genomen, tenminste door de medewerking die de gemeente aan de hotelondernemers verleende. De adviezen en het gedoe met de raad zijn formaliteiten. Daar laat het college van B&W een ambtenaar wel een kronkelig stukje onzin over op schrijven opdat het allemaal in orde lijkt. Maar dat is het niet. We hebben het hier over foul play. Onbehoorlijk bestuur. Het is te hopen dat in de commissievergadering van 5 maart, de wethouder Van Spijk met een goed verhaal komt.

 

Geef een reactie