Adem in. Adem uit. Het is benauwd in Haarlem.

“Adem Haarlem” is de pay-off  -of slogan of hoe zoiets in branding-taal van snelle reclamejongens ook mag heten-  waarmee een heus marketingteam Haarlem op de kaart probeert te zetten. Hebben generaties muggen geprobeerd het saaie en rustige Haarlem verborgen te houden,  onder het huidige stadsbestuur wordt een schijnbaar hopeloze concurrentie gezocht met “grote broer” Amsterdam.  Jonge gezinnen, jonge bedrijven en ook mensen van allerlei leeftijden die toeristenbelasting willen betalen worden naar Haarlem gelokt met het vooruitzicht dat het hier een soort Amsterdam is… maar dan rustiger.

Daar valt uiteraard op verschillende manieren het een en ander op af te dingen. Even afgezien van de vraag of het verstandig is om van het karaktervolle Haarlem een soort Amsterdam te maken, wijst een gedegen analyse van Gertjan van Schoonhoven voor het weekblad Elsevier

uit dat het alleszins meevalt met de drukte in Amsterdam. Sommige plekken in het centrum trekken uiteraard heel veel toeristen, maar buiten het centrum heeft men daar geen last van. En zelfs in het centrum is er voor de kenners van Amsterdam, altijd wel een rustig en verstild plekje nabij. Belangrijke oorzaak van de toenemende klachten van de Amsterdammers, zo betoogt Van Schoonhoven, is dat zij die in het centrum wonen, steeds meer lijden onder de maatregelen die het stadsbestuur oplegt om nog meer toeristen te trekken. Denk bijvoorbeeld aan het weren van auto’s uit het centrum, dan wel het parkeren er onmogelijk duur maken. Tendensen die je ook in Haarlem ziet; de binnenstad moet in toenemende mate “autoluwer” worden om plaats te maken voor de toerist.

Haarlem trekt natuurlijk -en misschien gelukkig maar- veel minder toeristen dan Amsterdam. En ook kent Haarlem sinds 1957 geen trams meer die piepend en knarsend zich met ongeduldig gerinkel door de drukke straten wurmen. Evenwel… een ieder die zich op een zonnige zaterdagmiddag in de Gierstraat of de Kleine Houtstraat waagt om daarna ook nog eens een poosje in de rij te verwijlen om een plek te bemachtigen op een terras aan de Grote Markt, ervaart toch bijkans dezelfde stress als een Amsterdammer in zijn toeristisch centrum. En waar het vanouds doodse Haarlem bekend stond om attracties als een heel oud, stoffig en donker museum, de houten Haarlemmers en de Haarlemmer Hout , barst ze de laatste jaren uit de voegen met trendy ditjes- en-datjes-evenementen, hippe soort-van-themamarkten en gewoon-fun-verzin-maar-een-reden-feesten.

Terecht wijst City Marketing op de unieke ligging van Haarlem. Amsterdam dichtbij voor de grote podiums en op fietsafstand van het strand en een prachtig duingebied. Als de Haarlemmer rust zoekt, dan kan hij deze vinden in de Kennemerduinen of de Waterleidingduinen van de gemeenten Zandvoort en Bloemendaal.  Of anders misschien wel in het recreatiegebied van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude.

Rustig Haarlem? Zou City Marketing beseffen dat Haarlem na Den Haag de grootste woningdichtheid van Nederland kent? De cijfers van het CBS uit 2011 en wijzen uit dat toen er 2429 woningen per vierkante kilometer in Haarlem stonden. In Amsterdam trof men er nog altijd 30 minder, terwijl het gemiddelde per gemeente toen 344 woningen per vierkante kilometer betrof. En Haarlem is sindsdien bezig haar tweede plek wat betreft verstedelijking versterken, want ook als het gaat om bevolkingsdichtheid, verslaat Haarlem, Amsterdam glansrijk: op 1 januari 2015 kende Haarlem 5360 inwoners per vierkante kilometer;  in onze Hoofdstad, kom je per vierkante kilometer precies 406 inwoners minder tegen. Na Den Haag is Haarlem dus de meest verstedelijkte gemeente van Nederland, nog altijd een flink stuk voor Amsterdam. En Na Den Haag is Haarlem samen met Leiden de dichtst bevolkte gemeente, nog ruim voor Amsterdam. Zonder toeristen zou en forenzen, zou de slogan dus moeten luiden: Adem Amsterdam.

Dat Haarlem bedrijven probeert aan te trekken en toerisme bevordert, is niet zo gek. Beide ontwikkelingen zijn goed voor de werkgelegenheid en daarmee de lokale economie. En dat is nodig, want Haarlem doet het hier, volgens de cijfers van eind 2013,  een stuk slechter dan gemeenten van vergelijkbare grootte. Slechts 64k aan baantjes vindt u binnen de gemeentegrenzen.

werkgelegenheid

Dit past allicht bij de lezing dat Haarlem economisch gezien –net als de echte slaapstad, Zaanstad- zeker voor werk erg op Amsterdam is gericht. Maar dan nog…. Waar een stad van vergelijkbare grootte, Amersfoort, die toch ook veel op Utrecht zal leunen, eind 2013 ruim 84k aan banen bood, deed Haarlem het daar met 20k banen minder!  Als men kijkt naar verstedelijkte gemeenten met een soortgelijke bevolkingsdichtheid, dan kom je op Leiden uit met 34.000 inwoners minder, steunend op Den Haag zoals Haarlem op Amsterdam. Maar zelfs de veel kleinere sleutelstad doet het stukken beter als het gaat om werkgelegenheid dan de parel aan het Spaarne; 6000 banen meer! Het versterken van de werkgelegenheid, krijgt dus volkomen terecht een hoge prioriteit van het Haarlems stadsbestuur. Of ze dat nu bereikt met posters op te hangen die Haarlem ademen… dat valt natuurlijk nog wel te bezien.

Een van de opmerkelijkste doelstellingen van de campagne, betreft het aantrekken van jonge gezinnen. Want waarom zou je de –op den Haag na- meest verstedelijkte gemeente van Nederland nog verder volproppen? Neo Deo, Plaza West, De Entree, De Remise etc. Alle vrijkomende stukjes land worden en masse ingevuld met blokken aan nieuwe woningen. En nog erger; het college lijkt daarbij vooral aan te sturen op volume in plaats van kwaliteit (Koningshof) en lijkt het daarbij niet zo nauw te nemen met aspecten van de ruimtelijke ordening, zoals zorgen voor voldoende parkeerplek (Land Inzicht).

Waarom moet Haarlem voller?  Het is tamelijk belachelijk om Haarlem als rustig te promoten terwijl de stad uit haar voegen barst en het stadsbestuur haar nog verder volstouwt.

In onderstaande grafiek zie je hoe Haarlem het doet ten opzichte van de rest van Nederland (geschaald naar de bevolkingsgrootte van Haarlem in 2001). Terecht zie je dat Haarlem, volgebouwd als ze is, begin van deze eeuw een surplace maakt. Waar groeisteden en gemeenten met vinex-wijken (denk aan Almere) natuurlijk de sterkste groei zullen vertonen, heeft Haarlem geen ruimte en doet het rustig aan. Opmerkelijk is dat vanaf 2006 er een koerswijziging optreedt; een exponentiële groei wordt ingezet waarmee Haarlem in 2014 (niet geschaald!) de gemiddelde groei van andere gemeenten volledig heeft ingehaald.

Groeispurt

Als men dat vergelijkt met de evenzo dicht bevolkte gemeente Leiden, dan zien we dat aldaar het stadsbestuur ook wel van wat groei houdt, maar toch temporiseert en de landelijke trend op gepaste afstand volgt:

Leiden doet het wat rustiger

Vanwaar dan die overspannen bouwdrift in Haarlem? Een verklaring kan gevonden worden in de broodnodige maatregelen die het stadsbestuur neemt inzake het terugdringen van de immense gemeentelijke schuldenlast van meer dan een half miljard euro. Een schuld die vol overgave is opgebouwd door vorige stadsbesturen, die -ondanks de verkoop van gemeentelijke nutsvoorzieningen- het nodig vonden om bij te lenen om allerhande leuke plannen te realiseren. Het huidige college heeft nu het nobele voornemen om deze schuld langzaam af te lossen, al gaat het nog niet zo heel best en lijkt het met jaarlijkse rentelast van pakweg 20 miljoen euro al bijzonder uitdagend om de schuld niet verder op te laten lopen.

De aanpak om de financiën weer op orde te krijgen bestaat enerzijds eruit om structurele kostencomponenten met de kaasschaaf te verkleinen. In kostenbeheersing is de gemeente niet zo heel sterk, denk aan overschrijdingen op projecten of het helemaal niet begroten van kosten die toch gemaakt moeten worden. Ook doet het stadsbestuur het bij voorkeur pennywise-poundfoolish door tonnen op onderhoud te besparen; hierbij neemt zij miljoenen verlies voor lief bij het afstoten van niet-strategische vastgoed. Recent nog een voorbeelden aan de Koningsstraat en Oudeweg. Verder is daar natuurlijk de hang naar duurzaam onderhoudsarme oplossingen; zie daar de populieren aan de Westergracht; de gigantische bomen kunnen nog wel 10 of 15 jaar mee, maar dat vergt veel onderhoud. Weg ermee en vervangen door kleine, langzaam groeiende stadseikjes; daar heb je de komende jaren weinig kosten aan.

Anderzijds kiest het Stadsbestuur voor een economisch wel valide lijn, namelijk die van economy of scales; meer inwoners betekent meer inkomsten. Door het meer inwoners aan te trekken, gaat de prijs per gemeentebelastingbetaler van de vaste lasten voor de bestaande voorzieningen (publieksbalie etc.) omlaag. Natuurlijk is het dan wel zaak dat er niet al te veel gemeenschappelijke voorzieningen bijkomen; en ook dat zie je terug in het beleid van de gemeente. Het is jammer voor alle jonge gezinnen uit Amsterdam, maar bij de school in de buurt zijn de wachtlijsten inmiddels opgelopen tot een jaar of twee-drie. Er verder wordt er natuurlijk nergens meer parkje of trapveldje meer aangelegd; tenminste niet als het onderhoud niet op een of andere manier uit de “participatiemaatschappij” komt. Eenmalige subsidies voor burgers om hun daken en goten te verklooien met een tuin. Wat speelgeld voor gepruttel met drijvende eilanden of een stukje land dat er al lag; als de buurt het maar onderhoudt!

En ten laatste zijn bestuurders soms net mensen. Net als de meeste  onrendabelen werkenden, willen ze best wel wat meer verantwoordelijkheid een hoger salaris. Het  bezoldigingssysteem dat geldt voor burgemeesters en wethouders geeft daar misschien wel een pikant perverse prikkel aan de bestuurders van gemeenten van bepaalde net-niet-grootte.

Wat Bernt verdient

Wat de wethouders vangen

Gelukkig ligt de volgende grens met 375k aan inwoners tamelijk hoog. Er moet echt nog voor decennia gefuseerd worden, wil ons college aan de hoogste categorie kunnen ruiken. Nochtans, in tijden van vergrijzing en (dus) teruglopende gezinsgrootte,  is de klasse 8 voor de komende jaren nog lang geen zekerheid. Zo kunnen we ook aankijken tegen de bouwijver van ons stadsbestuur en de doelstellingen van citymarketing. In dat licht is natuurlijk ook opeens de fusiegemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude erg interessant. Met ruim 5,5k inwoners zou ze enerzijds de gemeente Haarlemmermeer zo tegen de 150k kunnen helpen. Maar zij kan anderzijds ook Haarlem helpen de marge naar een voorlopig erg veilige 160k te tillen. Misschien gunt het College van B&W de Haarlemmers dan weer enige ademruimte…

Zie hieronder in de grafiek “de race” van enkele gemeenten naar de 150k+.  Opgemerkt zij dat alle anderen gemeenten alhier veel dunner bevolkt zijn dan Haarlem. Van de andere gemeenten is Amersfoort nog het dichtstbevolkt; je komt er evenwel per vierkante kilometer nog niet de helft aan mensen tegen. Opmerkelijk is ook dat Apeldoorn, een gemeente altijd ruim en stabiel boven de 150k zat en ruimte genoeg heeft om te bouwen en te groeien, zich maar matigjes ontwikkelt. Daar is het salaris al lang veilig. Daar kent men kennelijk een andere regionale dynamiek. Amersfoort komt van deze gemeenten van ver en groeit sterk en regelmatig. In Haarlem zie je een aanvankelijke daling en dan opeens een inzet op groei vanaf 2006 het aantreden van burgemeester Bernt Schneiders .Eind 2010 komt Haarlem voor het eerst sinds de jaren ’80 (toen waren er minder woningen maar wel meer personen per huishouden) weer boven de 150.000 inwoners.

Zorg dat je erbij komt

Adem Haarlem? Haarlem is weliswaar in de jaren 70 van vorige eeuw veel dichter bevolkt geweest dan nu, maar was nimmer zo bebouwd en zo verstedelijkt! Vergeleken met andere gemeenten is de geforceerde groei dan ook onbegrijpelijk; de ruimte ligt elders. Op basis van de statistieken, kan men gerust stellen: het wordt in Haarlem een beetje benauwd.

Geef een reactie